TENS 2
Veel gestelde vragen:
Wanneer wordt TENS toegepast?
Goede
resultaten worden zowel bij acute als chronische pijnindicaties gezien,
vooral wanneer de pijn veroorzaakt wordt door gewrichten, skelet,
spieren, huid, ingewanden of het zenuwstelsel (b.v. beschadiging en
neurogene pijn).
TENS alleen kan soms afdoende helpen, in andere
gevallen is TENS een waardevolle aanvulling op overige vormen van
behandeling.
Het is aangetoond dat TENS pijnverlichting en genezing
realiseert bij open wonden als gevolg van problemen in de perifere
bloedcirculatie.
Ook misselijkheid kan effectief worden tegengegaan.
Hoe
brengt TENS pijnverlichting tot stand?
TENS maakt gebruik van
mechanismen voor pijnvermindering van het zenuwstelsel. Dit kan op twee
manieren worden bereikt: óf door de dikke zenuwvezels, die het gevoel
geleiden, te stimuleren (conventionele TENS) óf door het activeren van
zenuwvezels in spieren (burst, acupunctuur TENS).
De TENS-methode
is gebaseerd op een stelling van Melzack en Wall gepubliceerd in 1965.
Zij stelden dat activiteit in dikke naar de hersenen stijgende
(afferente) zenuwvezels (in de anatomie genoemd A-beta vezels voor de
geleiding van druk, gevoel en trilling) signalen in pijnbanen van het
ruggemerg konden blokkeren.
De dikke zenuwvezels hebben een zg. lage
prikkeldrempel voor elektrische stimulatie en zijn daardoor eenvoudig
via elektroden op de huid te stimuleren. Doorgaans worden voor
conventionele TENS frequenties tussen 50 en 120 Hz gebruikt.
In
pogingen de behandelresultaten verder te verbeteren werd een andere vorm
van TENS ontwikkeld, bekend geworden als Burst TENS. Hiermee wordt
acupunctuur gesimuleerd.
De motorische zenuwen (A-delta vezels) en de
spieren dichtbij de pijnlijke regio worden direct gestimuleerd zodat
lichte spiercontracties zichtbaar worden. Pijnverlichting met Burst TENS
wordt bereikt door het vrijmaken van lichaamseigen endorfines,
substanties gelijk aan morfine.
De stimulatiefrequentie bij Burst
TENS is meestal 2 Hz.
Behandeling met TENS
Goede
resultaten worden uitsluitend bereikt met zorgvuldige en individuele
instelling van de TENS-behandeling, en dient dan ook te worden
voorgeschreven en uitgeprobeerd onder begeleiding van een arts,
fysiotherapeut of verpleegkundige.
Bij het begin van de
testperiode dient de patiënt zijn of haar 'gebruikelijke' pijn te
hebben.
De verschillende stimulatiemethoden dienen bij de testperiode
één voor één te worden toegepast, te beginnen met conventionele TENS
gevolgd door Burst stimulatie.
Bij chronische pijnsyndromen zijn
doorgaans vijf tot tien behandelingen noodzakelijk voordat er van enig
resultaat sprake kan zijn. Elke individuele wijziging van
elektrodeplaatsing dient minstens gedurende 30 minuten stimulatie te
worden getest. Soms dienen voor optimaal resultaat meerdere
stimulatiepunten te worden uitgeprobeerd. Vaak zijn de meest effectieve
elektrodeplaatsen te vinden direct in de omgeving van of in de pijnlijke
plekken.
De afstand tussen de elektroden is minimaal 3 cm en
maximaal 30 cm.
Conventionele stimulatie
Goede
ervaring is opgedaan met conventionele stimulatie bij neuralgieën,
gewrichtspijn (artrose), gewrichtsontsteking (artritis), lage rugpijn,
zwangerschapsgerelateerde rug- en buikkrampen, pijn gedurende de
bevalling en wondpijn na een operatie.
De elektroden worden in
het algemeen boven of direct naast de pijnlijke plek geplaatst of boven
zenuwbanen die vanuit het ruggemerg de pijnlijke plek verzorgen.
De
negatieve elektrode dient indien mogelijk direct op de pijnlijke plek
geplaatst te worden.
De stimulatiestroom geeft een sterke, aangenaam
tintelende sensatie in het pijnlijke gebied.
Het is belangrijk
dat voorafgaand aan een stimulatiesessie met conventionele TENS wordt
gecontroleerd dat de patient in de pijnlijke plek een normale
gevoelssensatie heeft.
Gemoduleerde conventionele
stimulatie
Gemoduleerde conventionele stimulatie is een
afgeleide vorm van conventionele stimulatie waarbij de pulsbreedte
voortdurend varieert.
Dit veroorzaakt een golvende sensatie, en wordt
vaak als plezieriger ervaren.
Burst stimulatie
Burst
stimulatie wordt vaak toegepast bij uitstralende pijn in armen of
benen, bij veranderde of verminderde gevoelssensaties, bij diepliggende
spierpijnen, pijn in de ledematen als gevolg van een verminderde
doorbloeding(ischemie), of wanneer het na-effect van conventionele
stimulatie te kort is.
Doel van burst stimulatie is het verkrijgen
van lichte contracties van de spieren in hetzelfde segment van het
ruggemerg als de pijnlijke plek.
De elektroden worden direct over
de motorische zenuwen of grotere spiergroepen geplaatst.
Bij
stimulatie van motorische zenuwen dienen de elektroden boven de massa
van de spieren te worden geplaatst waarbij de negatieve elektrode zich
boven het zg. motorpunt bevindt.
De elektrodeplaatsing geeft de meest
sterke spiercontractie bij een plezierig aanvoelende stroomsterkte.
Hoe
lang en hoe vaak dient er te worden gestimuleerd?
Net als
pijnstillers geeft ook TENS een tijdelijke pijnverlichting die vaak
aanhoudt tot vier uur na de behandeling. Stimulatie duurt meestal 30 tot
60 minuten, 2 � 4 maal per dag.
De reactietijd voor
pijnverlichting kan variëren van onmiddellijk effect tot een periode van
een uur na het stoppen van de stimulatie.
Sommige patiënten geven de
voorkeur aan continue stimulatie terwijl anderen baat hebben bij af en
toe stimuleren met verschillende intervallen.
Hoe
kan ik gewenning voorkomen?
De mate van pijnverlichting neemt
soms na verloop van tijd af: TENS heeft dan minder effect dan men
gewend was. Om het risico van de ontwikkeling van tolerantie te
verkleinen kunnen de volgende maatregelen worden genomen:
*
Regelmatige controlebezoeken
* Leer de patiënt burst,
conventioneel en gemoduleerd conventioneel te gebruiken
* Varieer
de plaatsing van elektrodes
Wanneer de patiënt desondanks toch
een verminderd effect van TENS ervaart, stop dan gedurende 1 à 2 weken
met TENS-stimulatie, om daarna de behandeling te hervatten.
Procedure
voor proefsimulatie
1. Stel de aard, grootte en indien
mogelijk de oorzaak van de pijn vast
2. Test de gevoelssensatie
met een borsteltje of wattenpropje
3. Evalueer met een pijndagboek
met VAS score (Visual analog scale) voor en na stimulatie
4. Maak
een pijndiagram
5. Geef uitgebreide en geruststellende informatie
over de TENS behandeling, werking en onderhoud van de stimulator
6. Demonstreer de stimulator door afwisselend conventionele en burst
stimulatie te geven op bijvoorbeeld een niet pijnlijke arm van de
patiënt
7. Reinig de huid met water en zeep
8. Kies de
stimulatiemethode
9. Gebruik koolstof siliconen elektroden met
voldoende geleidende gel om tijdens het proefstimuleren de elektroden te
kunnen verschuiven voor het vinden van de optimale stimultieplaats
10. Begin met stimuleren en laat de patiënt de stroomsterkte opvoeren
11. Stimuleer minstens 30 minuten en evalueer
12. Wanneer er geen
pijnverlichting is, probeer dan een andere elektrodepositie of
stimulatiemethode
Het is zeer belangrijk dat u zich realiseert
dat de patiënt altijd de juiste elektrodeplaats kan aangeven,
stimulatiemethode, behandeltijd en intensiteit.
Follow-up
Follow-up
vindt met regelmatige intervallen plaats.
Wanner de patiënt na de
eerste instructie de stimulator correct kan bedienen is de eerste
follow-up na 1 week.
Hierna kan de follow-up interval oplopen van 1
maand, 3 maanden, 6 maanden tot 1 jaar.
De follow-up wordt in overleg
met de behandelaar afgesproken.
Wanneer TENS niet te
gebruiken?
* Waarschuwing! Patiënten met pacemakers kunnen
niet met TENS worden behandeld
* Pas gedurende de eerste drie
maanden van een zwangerschap geen TENS toe
* Plaats geen
elektroden op de sinus caroticus (een plekje in de halsslagader)
*
Tegenwerkende, angstige patiënten, verminderd bewustzijn en dementie
* Wees voorzichtig bij een beschadigd lymfesysteem
* Raadpleeg
bij de geringste twijfel uw arts!